Maria Jans: ‘Soms help je met taal, soms met veel meer dan dat’
In de reeks over het Jaar van de Vrijwilliger maken we kennis met Maria Jans uit Groenlo. Als taalcoach helpt zij mensen om hun weg te vinden in de Nederlandse taal én samenleving. Als vrijwilliger bij zowel het Taalhuis als het Taalcafé helpt zij mensen die beter Nederlands willen leren. Wat begon met een cursus tot taalcoach, groeide uit tot vrijwilligerswerk dat haar veel voldoening geeft.
Van gymnastiekvereniging naar taalcoach
Maria woont sinds 1990 in Groenlo. Toen haar kinderen nog klein waren, raakte ze al betrokken bij vrijwilligerswerk. “Ik hielp met van alles op school en ben 18 jaar secretaris geweest van de gymnastiekvereniging. Zo komt er steeds weer iets nieuws op je pad.” Via een oproep van de bibliotheek werd ze taalcoach. “Ik volgde een cursus en werd daarna gekoppeld aan mensen die hulp nodig hadden met de Nederlandse taal.”
Daarnaast is Maria actief bij het Taalcafé op woensdagochtend. “Daar komen mensen van verschillende nationaliteiten samen om te praten, spelletjes te doen of huiswerk te maken. We kijken vooral waar iemand behoefte aan heeft.”
Iedereen heeft zijn eigen doel
Wat Maria zo aanspreekt in het vrijwilligerswerk, is dat geen enkel traject hetzelfde is. “Iedereen komt met een eigen doel.” Soms gaat het om een examen of opleiding. Zo hielp ze een Turkse vrouw die bezig was met haar rijbewijs. “Ze moest ineens een medische keuring ondergaan, maar begreep niet precies waarom. Samen ontdekten we dat er per ongeluk iets verkeerd was ingevuld. Uiteindelijk werd de keuring teruggedraaid. De week daarna kwam ze met gebak om me te bedanken.”
Een andere deelnemer uit Eritrea haalde met haar hulp zijn heftruckcertificaat. “Nu heeft hij een vaste baan. Dat zijn mooie momenten.”
Meer dan alleen taal
Volgens Maria draait het werk niet alleen om grammatica of woordjes leren. “Je kunt mensen op heel veel manieren helpen.” Ze vertelt over een vrouw uit Irak die graag beter Nederlands wilde spreken in het dagelijks leven. “We zijn samen naar een winkel gegaan om voorwerpen aan te wijzen en de woorden te oefenen. Een andere keer heb ik haar mijn bestelling bij de bakker laten ophalen. Zo oefen je taal in de praktijk.”
Soms komt er nog meer bij kijken. “Voor een alleenstaande moeder was ik bijna een halve psycholoog, zei ze zelf. Dat had ik van tevoren niet verwacht. Maar die hulp is net zo waardevol.”
De verhalen achter de mensen
Door haar vrijwilligerswerk heeft Maria veel geleerd. “Iedereen heeft zijn eigen verhaal en zijn eigen rugzak.” Veel deelnemers zijn niet voor niets naar Nederland gekomen. “Als je hun verhalen hoort, denk je vaak: ik zou niet willen ruilen. Dat maakt het contact persoonlijk.”
Ook leert ze veel over andere culturen. “Zo ontdekte ik onlangs dat eb en vloed in het Oekraïens via Google translate precies andersom worden benoemd dan hier. Dat soort gesprekken ontstaan vanzelf. In dit geval nadat deelnemers vroegen hoe mijn vakantie naar de Waddeneilanden was.”
Vertrouwen is de basis
Volgens Maria hoeft iemand geen taaldocent te zijn om vrijwilliger te worden bij het Taalhuis. “Het helpt als je taal leuk vindt en je kunt inleven in anderen.” Minstens zo belangrijk is vertrouwen. “Mensen moeten zich prettig voelen om hun vragen te stellen. Pas dan kun je echt helpen.”
Een klein zetje vooruit
Vrijwilligers zijn volgens Maria onmisbaar. “Zonder vrijwilligers kunnen veel mensen niet de begeleiding krijgen die ze nodig hebben.” Als ze vooruitkijkt, hoopt ze vooral dat ze mensen verder heeft geholpen op hun eigen weg. “Iedereen heeft een ander doel. Ik hoop dat ik ze een zetje kan geven, zodat ze daarna zelf verder kunnen.” En juist dat kleine zetje kan soms een wereld van verschil maken.