Vijf jaar alweer. Op 11 oktober 2021 werd Oost Gelre officieel Regenbooggemeente. Op Coming Out Day werd bij het gemeentehuis in Lichtenvoorde de regenboogvlag gehesen en een regenboogzebrapad geopend. Een begin van meer aandacht voor acceptatie, emancipatie en veiligheid van LHBTIQ+-inwoners.
Als ik terugkijk op die afgelopen vijf jaar, zie ik veel om trots op te zijn. Er kwamen regenboogzebrapaden, er was aandacht op scholen en bij verenigingen, de Achterhoek Pride ontstond en er werd gewerkt aan een sociale kaart en praktische handvatten voor organisaties. De regenboogvlag is inmiddels niet meer weg te denken uit onze gemeente en wappert bij het gemeentehuis zelfs het hele jaar. Maar eerlijk gezegd kijk ik er dit jaar ook met een ander gevoel naar. Want hoe vanzelfsprekend is zichtbaar zijn eigenlijk nog?
Vijf jaar geleden voelde het anders
Toen Oost Gelre Regenbooggemeente werd, was zichtbaarheid een belangrijk uitgangspunt. Zichtbaar zijn en trots kunnen zijn op wie je bent, juist hier in de Achterhoek. Het idee daarachter is eenvoudig: als je jezelf ergens kunt herkennen, weet je dat je er mag zijn. Dat geldt misschien wel het meest voor jongeren. Een vlag, een zebrapad, een verhaal in de krant, iemand die openlijk vertelt over zijn of haar leven. Het lijkt soms een klein gebaar. Maar voor iemand die twijfelt, zoekt of misschien nog helemaal niet weet hoe die zichzelf wil noemen, kan zo’n zichtbaar signaal enorm belangrijk zijn. Het zegt: je bent niet de enige. En misschien nog belangrijker: je hoeft jezelf niet te verstoppen. Dat was vijf jaar geleden belangrijk. Dat is het vandaag nog steeds.
Tegelijkertijd valt de vijfde verjaardag precies samen met Coming Out Day. Dat maakt deze dag voor mij meer dan een moment om terug te kijken en te zeggen wat er allemaal bereikt is. Het roept ook de vraag op waarom we dit nog steeds nodig hebben. Want zichtbaarheid is niet hetzelfde als veiligheid.
We zijn veel verder gekomen
Er is gelukkig ook veel veranderd. In Oost Gelre en de Achterhoek is de aandacht voor seksuele en genderdiversiteit breder geworden. De Achterhoek Pride groeide uit tot een jaarlijks terugkerend initiatief waaraan inmiddels de hele regio kan deelnemen. Ook binnen verenigingen wordt steeds vaker gesproken over inclusie en sociale veiligheid. Dat vind ik misschien wel een van de belangrijkste ontwikkelingen: het gesprek gaat steeds minder alleen over ‘een kleine groep’ en steeds meer over hoe we met elkaar willen samenleven. Want uiteindelijk gaat inclusie niet alleen over degene die anders is. Het gaat ook over de omgeving.
Over de trainer die ingrijpt wanneer ‘homo’ als scheldwoord wordt gebruikt. Over de school waar een leerling niet eerst hoeft uit te leggen waarom die een andere naam of andere voornaamwoorden gebruikt. Over een vereniging waar niet automatisch wordt gevraagd naar ‘je vriendin’ of ‘je vriend’, maar waar ruimte is voor ieder verhaal. Over een gemeente die laat zien: hier mag je jezelf zijn. Dat klinkt misschien allemaal heel normaal. En dat zou het ook moeten zijn.
Toch merk ik dat ik zelf voorzichtiger ben geworden
Dat vind ik misschien nog wel het lastigste om toe te geven. Ik ben zelf voorzichtiger geworden met hoe zichtbaar ik ben. Ik denk vaker na over hoe ik mezelf laat zien. Over wat ik deel. Over waar ik dat doe. Over wie het kan zien. En soms ook over hoe anderen daarop kunnen reageren. Niet omdat ik mij schaam. Juist niet. Maar omdat ik merk dat de wereld om ons heen veranderd is.
Discussies over gender en seksuele diversiteit kunnen steeds feller worden. Op sociale media is de toon regelmatig hard. En negatieve reacties kunnen ervoor zorgen dat je toch even nadenkt voordat je jezelf laat zien. Dat raakt mij. Want wat betekent vrijheid als je vooraf moet nadenken of je hand in hand kunt lopen?
Wat betekent jezelf kunnen zijn als je eerst kijkt wie er op straat staat? En wat betekent zichtbaarheid als zichtbaar zijn soms ook betekent dat je jezelf kwetsbaar opstelt? Tegelijkertijd wil ik niet doen alsof de Achterhoek opeens een intolerante regio is geworden. De werkelijkheid is veel genuanceerder. Er is veel veranderd en de algemene houding tegenover seksuele en genderdiversiteit is op veel punten positief. Maar dat betekent niet dat iedereen die vooruitgang op dezelfde manier ervaart. En misschien zit daar precies de uitdaging.
Zichtbaarheid is niet voor iedereen hetzelfde
Daarover sprak ik met cultuurverbinder Jelle Spexgoor. Hij kijkt vanuit cultuur en ontmoeting naar de vraag hoe je mensen bij elkaar brengt. Zijn verhaal zette mij aan het denken, juist omdat hij een andere kant van zichtbaarheid benadrukt. Volgens Jelle hoor je vaak vooral de mensen die zich uitspreken.
“Je hoort altijd de klagende minderheid.”
Dat betekent volgens hem niet dat de mensen die je niet hoort automatisch tegen de LHBTIQ+-gemeenschap zijn. Veel mensen hebben simpelweg niet dezelfde ervaring. Voor iemand die nooit heeft hoeven nadenken over zijn of haar seksuele identiteit of gender, voelt de behoefte aan extra zichtbaarheid misschien veel minder urgent. Daar ontstaat volgens Jelle soms frictie. Als mensen het gevoel krijgen dat iets hun wordt opgedrongen, kan dat juist weerstand oproepen. Erkenning kun je volgens hem niet afdwingen. Als je een norm wilt veranderen, moet je stigma’s doorbreken, maar dat hoeft niet altijd door harder te roepen. Hij noemt de regenboogaanvoerdersband in het voetbal als voorbeeld. Een zichtbaar, maar bijna stil signaal. Iemand ziet de band, denkt misschien even na en bedenkt zich vervolgens om een scheidsrechter uit te schelden. Het lijkt klein, maar juist zo kan iets veranderen zonder dat er meteen een discussie ontstaat.
Jelle spreekt daarbij over ‘gedeelde ellende’. Mensen kunnen zich sterk verbonden voelen door iets wat ze samen meemaken. Zoals het verliezen van een WK-wedstrijd. Iedereen baalt, iedereen begrijpt het gevoel. Maar de strijd om LHBTIQ+-rechten is voor veel mensen geen gedeelde ervaring. Niet iedereen voelt dezelfde urgentie, omdat niet iedereen zich in hetzelfde speelveld bevindt. Daarom zoekt Jelle liever naar wat mensen wel met elkaar verbindt. Dat kan voetbal zijn. Muziek. Een evenement. Een verhaal. Of iets heel gewoons als allemaal dezelfde lokale snackbar goed vinden. Vanuit die gedeelde verbinding kan vervolgens ruimte ontstaan voor een ander perspectief. Dat vind ik een interessante gedachte. Misschien hoeft zichtbaarheid niet altijd een strijd te zijn. Misschien kan zichtbaarheid ook een uitnodiging zijn.
Ik wil niet dat we voorzichtiger hoeven te worden
Misschien is dat uiteindelijk mijn grootste wens voor de komende vijf jaar. Dat ik niet hoef na te denken over hoe zichtbaar ik wil zijn. Dat een kus op straat gewoon een kus is. Dat twee mannen die hand in hand lopen geen statement hoeven te maken. Dat een transgender persoon niet iedere dag hoeft te bedenken of het veilig is om zichzelf te zijn. Dat een jongere op school niet eerst hoeft te zoeken naar de juiste woorden om uit te leggen wie die is. Maar ik geloof ook steeds meer dat zichtbaarheid alleen niet genoeg is.
Een regenboogvlag lost geen discriminatie op. Een zebrapad verandert niet automatisch de manier waarop mensen naar elkaar kijken. En een Pride zorgt niet vanzelf voor begrip. Toch vind ik die zichtbaarheid belangrijk. Omdat je nooit weet wie ernaar kijkt. Misschien is er op een dag een jongere die langs een regenboogzebrapad fietst en voor het eerst denkt: hier mag ik zijn. Misschien ziet iemand een regenboogvlag en realiseert die zich dat een collega, familielid of vriend zich niet altijd zo vrij voelt als hijzelf. Misschien is een regenboogaanvoerdersband voor iemand alleen maar een gekleurde band. Maar misschien zorgt diezelfde band er ook voor dat iemand net iets langer nadenkt voordat hij een ander uitscheldt. Dat zijn kleine dingen. Maar verandering begint volgens mij vaak precies daar.
Vijf jaar Regenbooggemeente is daarom wat mij betreft geen moment om achterover te leunen. Het is een moment om opnieuw te kijken. Naar wat er bereikt is. Naar wat er nog nodig is. En vooral naar elkaar. Want uiteindelijk gaat een Regenbooggemeente niet over vlaggen of zebrapaden. Het gaat over mensen. Over mij. Over jou. Over ons allemaal. En misschien is iets pas echt normaal als niemand meer bang hoeft te zijn om het te laten zien.